Menu

Waar bent u naar op zoek?

We helpen u graag met het vinden van de juiste informatie. Typ hieronder wat u zoekt.

Onderzoeksprojecten

Doctoraal onderzoek

The 'Alamire' Manuscripts in Partbook Format

Financiering: IWT/SBO
Promotoren: David Burn, Ignace Bossuyt
Copromotor: Emily Thelen
Projectverantwoordelijke: Serafina Beck
Periode: 01.10.2011 – 30.09.2015 / doctoraat voorzien in 2019

Dit doctoraatsonderzoek richt zich op vijf handschriften in stemboekformaat, meer bepaald vijf sets van bij elkaar horende codices uit het begin van de 16e eeuw die in Bourgondisch-Habsburgse hofkringen werden geproduceerd: vier handschriftensets uit de Österreichische Nationalbibliothek (Mus.Hs.18832, Mus.Hs.15941, Mus.Hs.18746 en Mus.Hs.18825) en één uit de Biblioteca Apostolica Vaticana (Pal.lat.1976-1979). Het zijn de enig overgeleverde handschriften in dit formaat uit het atelier van Petrus Alamire, dat bekend is vanwege zijn productie van koorboeken. Bovendien zijn het veruit de enige handschriften waarin de hand van Alamire zelf onomstotelijk aan te tonen valt.

Het Leuven Chansonnier en het 15de-eeuwse hoflied

Financiering: Interne Fondsen KU Leuven (C2)
Promotoren: David Burn, Bart Demuyt
Projectverantwoordelijke: Ryan O’Sullivan
Periode: 15.10.2018 ‒ 15.10.2022

Het doctoraatsonderzoek van Ryan O’Sullivan vertrekt vanuit een meervoudige vraagstelling. Vier thema’s zullen in het bijzonder worden uitgewerkt:

  • het handschrift als materieel object (band, perkament, wapenschild, schrift en initialen), in de eerste plaats in functie van de problematiek rond oorsprong en herkomst;
  • de analyse van de inhoud van het manuscript waarbij aandacht zal worden besteed aan zowel de muziek als de tekst. Dit onderzoeksluik is gericht op de reconstructie van de ontstaanscontext en de identificatie van de anonieme chansons. Het impliceert niet enkel de studie van de unica, maar eveneens de inventarisatie en interpretatie van alle variante lezingen (muzikaal en tekstueel) van de liederen die ook in andere bronnen zijn overgeleverd;
  • de confrontatie van het Leuven Chansonnier met verwante handschriften en, in het bijzonder, toetsing van de theorieën en conclusies met betrekking tot de Loire-groep;
  • situering en interpretatie van het Leuven Chansonnier binnen de bredere context van de vijftiende-eeuwse liedcultuur en evaluatie van de plaats en de rol van het manuscript in de overlevering en circulatie van het middeleeuwse chansonrepertoire.

Postdoctoraal onderzoek

Cantors and Catafalques: Music and Death c. 1300–c. 1530

Financiering: Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek
Promotor: David Burn
Projectverantwoordelijke: Miriam Wendling
Tijdschema: 01.01.2018 – 31.12.2021 

In het christelijke Westen bestond de muzikale omkadering van dodenrituelen tot het midden van de vijftiende eeuw uitsluitend uit gregoriaans. Vanaf die periode begonnen componisten de dodenmis ook polyfoon te zetten. Het ontstaan van het meerstemmig requiem was een breekpunt in de muziekgeschiedenis. Toch bleef de polyfone compositie gebaseerd op het traditionele gregoriaans, dat als onderliggend, structurerend gegeven werd bewaard. Wie de vroege ontwikkeling van het meerstemmige requiem wil doorgronden, moet dan ook nagaan hoe het gregoriaans als uitgangspunt werd gebruikt.

Tot nog toe is de 15de- en 16de-eeuwse eenstemmige muziek weinig onderzocht. In deze periode was er geen stabiel, gelijkvormig eenstemmig repertoire en gregoriaans was erg verschillend per regio, op het vlak van zowel melodievoering als algemene structuur. De twee op elkaar aansluitende projecten beogen een drievoudig doel: een beter begrip van het gregoriaans in de late middeleeuwen en de renaissance, contextualisering en analyse van de vroege, meerstemmige dodenmis, en inzicht in de rol van dodenrituelen in verschillende maatschappelijke en religieuze milieus in de Lage Landen en Duitsland.

In een eerste fase, onder de titel The Chant Background to the Early Polyphonic Requiem (gefinancierd door het Bijzonder Onderzoeksfonds), werden circa zeshonderd gregoriaanse dodenmissen verzameld en vervolgens geanalyseerd. Het ging om ordinaria en propria, afkomstig zowel uit handschriften als uit vroege drukken. In een tweede fase wordt een breder corpus aan handschriften en drukken (zoals liturgische bronnen met en zonder notatie) of archiefmateriaal (zoals testamenten of statuten) bij het onderzoek betrokken.

According to Antwerp, Reformed to Rome: Music, Liturgies, and Identities in the Bishopric of Antwerp (1559–1801)

Financiering: Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek
Promotor: David Burn
Projectverantwoordelijke: Marianne Gillion
Periode: 2018-2021 

In het Europa van de Contrareformatie vormden liturgie en rituelen de fundamenten voor de religieuze identiteit van instellingen, steden en regio’s. Hoe de liturgie klonk, werd toen in grote mate bepaald door het gregoriaans, een essentieel onderdeel van de eredienst in alle lagen van de maatschappij. Toch is er weinig onderzoek verricht naar het gregoriaans in de zestiende tot de achttiende eeuw en naar de rol die deze gezangen speelden in de totstandkoming en verspreiding van katholieke identiteiten.

Dit project, dat voortbouwt op de resultaten van Singing the Liturgy after the Council of Trent: An examination of early modern Antwerp (gefinancierd met reserves van IWT / Strategisch Basisonderzoek), wil dit hiaat helpen opvullen door de productie en de uitvoeringspraktijk van gregoriaans in de belangrijkste instellingen van het bisdom Antwerpen voor deze periode te bestuderen: de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal en de Sint-Jacobskerk. Het muzikaal bronnenmateriaal dat wordt ontgonnen, zal een nieuw licht werpen op de oorsprong van de religieuze hervormingen in Antwerpen. De eigenheid van liturgische praktijken, die een afspiegeling waren van institutionele identiteiten, zal zowel op tekstueel als muzikaal vlak onderzocht worden via studie van de viering van belangrijke heiligen en feestdagen. De uitvoeringspraktijk van de gregoriaanse liturgie zal worden gereconstrueerd in relatie tot de fysieke ruimte van de kathedraal en de Sint-Jacobskerk, met de bedoeling beter te begrijpen hoe liturgieën na het Concilie van Trente werden vormgegeven, uitgewerkt en beleefd.

Vanuit deze casus zal het project ook een breder, vernieuwend perspectief bieden op de algemene rol van liturgisch gregoriaans in de totstandkoming en vormgeving van identiteiten. Op die manier zal het project ook steunen op en bijdragen aan multidisciplinaire onderzoeksprojecten over liturgische en religieuze hervormingsbewegingen.

Andere wetenschappelijke projecten

Inventarisatie van antifonaria bewaard in Vlaanderen

Financiering: Vlaamse Gemeenschap, KU Leuven, Alamire Foundation
Projectverantwoordelijke: Bart Demuyt
Projectmedewerkers: Inga Behrendt, Kate Helsen, Sarah Ann Long, Hendrik Vanden Abeele Tijdschema: 2009-

Vlaanderen was in de middeleeuwen één van de dichtstbevolkte en meest geletterde regio’s van Europa, rijk aan abdijen, begijnhoven, conventen en kloosters. Deze religieuze instellingen hebben gedurende eeuwen het gregoriaans gecultiveerd en zichzelf en anderen van muziekhandschriften voorzien. Alhoewel vele codices verloren zijn gegaan, blijft het corpus aan Vlaamse gregoriaanse manuscripten dat vandaag in bibliotheken in binnen- en buitenland wordt bewaard, zowel kwantitatief als kwalitatief indrukwekkend. Ondanks de rijkdom aan materiaal ontbreekt het echter aan een goed overzicht van de gregoriaanse handschriften in Vlaanderen.

Via de inventarisatie van de handgeschreven antifonaria tot 1800 wordt getracht aan deze lacune te remediëren. Antifonaria zijn boeken die het gregoriaans voor het officie of getijdengebed bevatten. Op basis van hun repertoire vormen deze omvangrijke bronnen een bijzonder representatieve graadmeter voor de bijdrage van de regio aan het gregoriaans. Het project heeft tot doel het gregoriaans erfgoed in Vlaanderen een sterkere en internationale uitstraling te geven. Zowel voor, tijdens als na de bloeiperiode van de Vlaamse polyfonie bleef het gregoriaans immers als een constante aanwezig in het Vlaamse muziekleven en leverde het een belangrijke bijdrage tot het repertoire dat op Europese schaal weerklank vond.

Met de steun van de Vlaamse Gemeenschap en in samenwerking met verschillende partners (Resonant, Universiteitsbibliotheek Gent, lokale archieven en bibliotheken, ...) worden deze handschriften via inventarisatie, publicaties, lezingen, concerten en een tentoonstelling ontsloten voor zowel specialisten in de musicologie en de archief- en bibliotheeksector, als voor het ruimere cultureel geïnteresseerde publiek.

Met Brepols Publishers (Turnhout) werd een akkoord gesloten voor het publiceren van een reeks wetenschappelijke catalogi van antifonaria, waarvan de eerste drie delen de in Vlaanderen bewaarde manuscripten in kaart zullen brengen. Hierbij worden de internationaal gangbare standaarden voor het beschrijven van handschriften gehanteerd.

In 2015 verscheen het eerste deel dat de beschrijvingen bevat van handschriften in Averbode, Tongeren, Gent, Geel en Dendermonde. Het tweede volume zal de manuscripten uit Affligem, Bilzen, Bornem, Grimbergen, Hasselt, Kortrijk, Mechelen, Heverlee, Tongerlo en Westmalle ontsluiten.

  

Sluiten